Woningnood is een politieke keuze
Onder het mom van een terugtredende overheid zijn woningbouwverenigingen in de jaren negentig verzelfstandigd. De woningbouwverenigingen wierpen hun ketenen af en gingen zich steeds meer gedragen als commerciële projectontwikkelaars. Aan goedkope woningen was volgens hen niet voldoende te verdienen. In Breda is met de corporaties afgesproken dat er door hen veertig procent betaalbare woningen gebouwd moet worden. Dit percentage wordt echter nooit gehaald en daar staat vervolgens geen enkele sanctie tegenover. Daar komt bij dat er minstens evenveel woningen gesloopt worden en er dus per saldo geen huis bijkomt. Het worden er eerder minder. Als zelfs de corporaties geen betaalbare woningen bouwen, wie bouwt er dan nog wel voor Jan Modaal en Willem-Jan Student? Het antwoord is even kort als dat het onthutsend is: niemand!





